Saskia Hegeman (Nieman Raadgevende Ingenieurs): ‘Los hitte bij de bron op: voorkom dat warmte het gebouw binnenkomt’
Steeds warmere zomers stellen de bouw- en vastgoedsector voor een nieuwe opgave. Waar gebouwen lange tijd vooral werden ontworpen om warmte binnen te houden, groeit de aandacht voor het voorkomen van oververhitting. Saskia Hegeman, voorzitter van de NVBV (Nederlands Vlaamse Bouwfysica Vereniging) en bouwkundig ingenieur bij Nieman Raadgevende Ingenieurs, ziet de Ladder van Koeling als een belangrijk uitgangspunt. Vooral maatregelen die zoninstraling beperken, zoals buitenzonwering, verdienen volgens haar meer aandacht.
De bouw is traditioneel sterk gericht op het binnenhouden van warmte. Moeten we nu anders naar gebouwen gaan kijken?
“Dat besef begint er zeker te komen. Vanuit de energieopgave hebben we heel lang vooral naar de winter gekeken: hoe zorgen we dat een gebouw zo weinig mogelijk warmte verliest? De warme zomer is daar pas recenter bij gekomen. Veel bouwers kijken inmiddels nadrukkelijker naar zomercomfort. Tegelijkertijd lopen ze tegen de vraag aan hoeveel ze daarin kunnen investeren als het niet in de uitvraag of de tender zit. Er ligt al een grote stapeling van ambities in de bouw.”
Is de huidige regelgeving voldoende toegerust op warmere zomers?
“Een probleem is dat we zomercomfort bij nieuwbouw nog verplicht doorrekenen op basis van klimaatjaren uit het verleden. Niet op basis van de zomers die we in de toekomst kunnen verwachten. Als wij toekomstige klimaatscenario’s over een nieuwbouwproject leggen, zie je dat het probleem van oververhitting – afhankelijk van het type woning – vele malen ernstiger kan worden.”
Welke gebouwen zijn het meest kwetsbaar voor hittestress?
“Houtbouw vraagt bijvoorbeeld extra aandacht. Dat is technisch lichte bouw en warmt daardoor snel op. In theorie koelt zo’n gebouw ook snel weer af. Maar als het temperatuurverschil tussen dag en nacht kleiner wordt, neemt dat voordeel af. Dan moet je andere maatregelen inzetten. Ook kleine woningen waar je niet kunt dwarsventileren zijn kwetsbaar. Daar ben je sterk afhankelijk van de oriëntatie, het moment waarop de zon binnenkomt en de mogelijkheid om die warmte vervolgens weer uit de woning te krijgen.”

De Ladder van Koeling wordt steeds vaker gebruikt. Wat is voor u de waarde daarvan?
“De ladder is een goede manier om in stappen naar het probleem te kijken. Wat je vaak ziet, is: ik heb een binnenklimaatprobleem, dus ik bel de installateur. Dan eindig je al snel bij actieve koeling. Maar daarmee sla je de eerste treden van de ladder over. Actieve koeling staat niet voor niets onderaan: dat is uiteindelijk de minst gewenste oplossing.”
Wat gebeurt er aan het begin van die ladder?
“De eerste trede gaat onder andere over groen en blauw in de omgeving van het gebouw. Daar ligt nog wel een technische uitdaging. In gebouwsimulaties kunnen we heel nauwkeurig rekenen, terwijl de modellen waarmee effecten van groen en water worden berekend een andere mate van nauwkeurigheid hebben. Daardoor kun je die uitkomsten niet zomaar tegen elkaar leggen. Hier komen de gescheiden werelden van gebouw en gebied bij elkaar: dat vraagt een gezamenlijke taal. Technisch, modelmatig én voor wat betreft oplossingen.”
En vervolgens komt de gevel in beeld?
“Ja. De gevel wordt steeds meer het koppelstuk tussen het gebied en het gebouw. Bij de volgende trede kijk je hoe je voorkomt dat de warmte überhaupt binnenkomt. Mijn eerste advies zou zijn: zoek de oplossing in de gevel. Bij nieuwbouw heb je daar veel mogelijkheden voor. Denk aan overstekken, lamellen, verdiepte ramen of zonwering. Ook bij renovatie kom je al snel bij buitenzonwering uit.”
Waarom is het buitenhouden van de zon zo belangrijk?
“Omdat alle warmte die je met zoninstraling binnenlaat, er uiteindelijk ook weer uit moet. Dat is het eenvoudige principe. Warmte die je niet binnen hebt, hoef je ook niet meer naar buiten te brengen. Het devies is daarom: los het probleem bij de bron op. Zorg dat die warmte niet eens binnenkomt. Het beperken van zoninstraling is daarvoor een heel logische maatregel.”
Is buitenzonwering daarmee een vanzelfsprekende oplossing?
“Technisch gezien ligt die oplossing erg voor de hand, maar in de praktijk spelen meer zaken. Zeker woningcorporaties kijken ook naar onderhoud en de kwetsbaarheid van systemen. De uitdaging voor leveranciers is daarom om ervoor te zorgen dat buitenzonwering zo min mogelijk onderhouds- en schadegevoelig is. Je wilt het bovendien op een logische manier integreren in het gedrag van bewoners.”
Geautomatiseerde en windbestendige systemen bestaan al. Is vooral de prijs dan nog een belemmering?
“Het gaat om de verhouding tussen gebruikersgedrag, beheer en onderhoud en de kosten. Als we die drie goed met elkaar in balans kunnen brengen, wordt buitenzonwering veel toegankelijker. Daar ligt ook een innovatieopgave voor de industrie.”
Kan regelgeving ervoor zorgen dat zonwering vaker wordt toegepast?
“Regelgeving probeert meestal juist geen specifieke technische oplossing voor te schrijven. Er wordt een prestatie of grenswaarde voorgeschreven en vervolgens is het aan de markt om te bepalen hoe je daaraan voldoet. Ik verwacht daarom niet snel een regel die zegt: u zult buitenzonwering toepassen. Je kunt wel kijken of regelgeving beter rekening kan houden met de samenhang tussen het buitenhouden van warmte, daglicht en de beleving van een gebouw.”
De Tweede Kamer heeft onlangs een motie aangenomen om zonwering onderdeel te maken van de subsidieregelingen voor verduurzaming. Zou dit een oplossing kunnen zijn?
“De overheid heeft allerlei maatregelen gesubsidieerd die vooral te maken hadden met de winter, zoals zonnepanelen, isolerend glas en warmtepompen. In dat stimulerend beleid zou je ook de zomer kunnen betrekken. Dan kom je bijvoorbeeld bij buitenzonwering uit. Als ik moet kiezen tussen het stimuleren van maatregelen vroeg in de ladder of actieve koeling verderop in de ladder, dan kies ik voor die eerdere trede.”
Wat zouden gemeenten, projectontwikkelaars en woningcorporaties nu moeten doen?
“Iedere partij heeft een verantwoordelijkheid om zomercomfort op de agenda te zetten. Neem het mee in de uitvraag bij nieuwbouw en renovatie. Kijk ook naar beeldkwaliteit en welstand en zorg dat er daadwerkelijk ruimte is om oplossingen in de gevel toe te passen. We vinden grote glazen gevels misschien mooi, maar daarmee haal je ook veel warmte binnen. Zomercomfort moet dus vanaf het begin onderdeel zijn van het bouwinitiatief, en niet pas een probleem worden als bewoners overlast ervaren.”





