Pim Ketelaars (Heijmans): ‘Aanpak hittestress staat en valt bij bewustwording’

Jarenlang is oververhitting in de woning een ondergeschoven kindje geweest. Maar intussen staat het volop op de agenda bij partijen in de bouw. Het begint bij de omgeving en het gebouw goed ontwerpen en vervolgens te kijken naar oplossingen zoals buitenzonwering. Er is nog veel te winnen aan bewustwording, stelt Pim Ketelaars, aanjager duurzame innovatie bij bouwbedrijf Heijmans. “Het is nog lang niet bij iedereen bekend hoeveel verschil het maakt als je voorkomt dat de zon rechtstreeks naar binnen komt.”

Inhoud

    Op welke manier bent u bij Heijmans betrokken bij hittestress en zonwering?

    “Het valt bij ons onder welzijn. Heijmans heeft in 2023 een strategie gelanceerd waarin we zeggen dat we makers van een gezonde leefomgeving willen zijn. Als je serieus naar het welzijn van mensen kijkt, kom je vanzelf uit bij onderwerpen als gezonde bouwmaterialen, geluid en hittestress. Daarbij hebben we verschillende rollen. We zijn gebiedsontwikkelaar, projectontwikkelaar en bouwer. Juist daardoor kunnen we eerst naar het gebied kijken en daarna pas naar het gebouw.”

    Waarom is die volgorde zo belangrijk?

    “De impact zit vaak eerst in het gebied. Je moet de omgeving goed hebben voordat je naar het gebouw kijkt. Samen met TNO en het RIVM hebben we een aanpak ontwikkeld waarmee we op basis van wetenschappelijke kennis kunnen kijken welke interventies aantoonbaar bijdragen aan het welzijn van mensen. Hittestress is daar één van de onderwerpen in. In sommige gebieden zie je heel duidelijk dat het probleem groter is dan in andere. Dat moet je meenemen in de ontwikkeling.”

    Is er in het verleden in de bouw voldoende aandacht geweest voor oververhitting?

    “Als je hierover met bouwfysische bureaus of universiteiten praat, staat het onderwerp al lang op de agenda. Maar in het brede speelveld van woningcorporaties en projectontwikkelaars is het wel een ondergeschoven kindje geweest. We hebben het met normen wel technisch proberen te regelen, maar daarmee wordt het al snel een heel technische discussie. Terwijl iedereen na een warme zomer gewoon voelt wat een prettige en wat een onprettige woonomgeving is.”

    Welke rol speelt de Ladder van Koeling daarin?

    “Die helpt om niet meteen naar een technische oplossing te springen, zoals airconditioning. Je moet eerst kijken wat je in het gebied en bouwkundig kunt oplossen. Zorg voor groen en schaduw in de omgeving. Houd vervolgens de warmte zoveel mogelijk buiten met een goede gebouwschil. Kijk ook kritisch naar hoeveel glas je toepast en op welke plek. Daarna komt zonwering in beeld.”

    Wordt buitenzonwering al voldoende toegepast?

    “Dat kan nog veel beter. We hebben bijvoorbeeld recent een school in Leidsche Rijn opgeleverd waar heel veel zonwering is toegepast. Als je daarnaar kijkt, denk je: waarom doen we dit niet standaard? Het werkt en het ziet er goed uit. Tegelijkertijd hoor je van beheerders dat technische systemen ook gedoe kunnen geven. Ze moeten tegen een stootje kunnen en eenvoudig te onderhouden zijn. Dat is in de praktijk minstens zo belangrijk als hoe mooi een systeem eruitziet.”

    Ligt daar ook een opgave voor de zonweringsbranche?

    “Ja. Soms maken we oplossingen ook ingewikkelder dan nodig. Vroeger had je een uitvalscherm dat je met eigen spierkracht bediende. Tegenwoordig gebruik je een app, of een lichtsensor bepaalt automatisch voor je wanneer de zonwering op en neer gaat. Hartstikke handig als je niet thuis bent en de zon gaat schijnen, maar heel vervelend als de app niet werkt of er een elektrische storing is. Voor bewoners en beheerders moet zonwering vooral betrouwbaar en gemakkelijk zijn. Als het te ingewikkeld wordt, zie je uiteindelijk dat mensen zelf doeken voor hun ramen gaan hangen. Dan proberen ze eigenlijk op een heel eenvoudige manier hetzelfde effect te bereiken.”

    Wat gebeurt er als die oplossingen niet worden aangeboden?

    “Dan zie je dat mensen eerder naar de airco grijpen. Dat is de laatste stap van de Ladder van Koeling, terwijl je eigenlijk eerst wilt zorgen dat de zon en de warmte buiten blijven. De aircomarkt groeit enorm. Dat is begrijpelijk, want mensen ervaren direct comfort, maar daarmee sla je wel een aantal eerdere mogelijkheden over.”

    Merkt u dat woningcorporaties en andere opdrachtgevers inmiddels anders naar hittestress kijken?

    “Enorm. Woningcorporaties zijn er echt actief mee bezig. Zij horen van hun huurders dat woningen in de zomer te warm worden. De Ladder van Koeling helpt dan om het goede gesprek te voeren. De urgentie van de afgelopen warme zomers helpt natuurlijk ook. Mensen ervaren het probleem zelf en daardoor wordt het veel concreter.”

    Hoe vergroot je dat bewustzijn?

    “Veel mensen denken bij een te warme woning eerder aan een airco dan aan zonwering. Het is nog lang niet bij iedereen bekend hoeveel verschil het maakt als je voorkomt dat de zon rechtstreeks naar binnen komt. Hier ligt een opgave voor de sector. Laat vooral goede voorbeelden zien. Niet alleen technische schema’s, maar beelden waarvan mensen denken: zo wil ik ook wonen. Mensen komen tegenwoordig niet meer met de naam van een bepaald merk tegel naar een ontwikkelaar, maar met een plaatje uit een woonmagazine en zeggen: dit wil ik. Zo moet je ook naar zonwering kijken. Maak zichtbaar dat het mooi, makkelijk te installeren en eenvoudig te bedienen kan zijn.”

    Welke rol ziet u voor de rijksoverheid?

    “Ik zou willen dat de overheid de Ladder van Koeling veel nadrukkelijker uitdraagt. Daar zit nu te weinig sturing op. Als je ernaar zoekt, kom je nog maar op weinig plekken terecht waar duidelijk staat: dit is de volgorde waarin we in Nederland met hitte omgaan. Zet actieve koeling in perspectief en laat zien welke andere mogelijkheden er zijn. Dat kan meer groen en minder bestrating in de tuin zijn, een andere inrichting van de omgeving of het buitenhouden van de zon. Maak die alternatieven zichtbaar, eenvoudig en aantrekkelijk. En benadruk daarbij ook het handelingsperspectief van de bewoner.”

    Aangesloten partners